zondag 20 februari 2011

Stivania


Wegens succes verlengd, een blogje van T.

320 euro voor schoenen? En dat voor een man?

Vriendin N. noemde mij prompt een ‘metroman’. Dat vond ik wel grappig, maar na mijn vorig blogje Dance dance dance rezen kennelijk toch wat vragen bij mijn schoenen-cv. Dus bij deze tekst en uitleg over mijn duurste paar…

Het begon allemaal op Kreta, het land waarop ik tussen 1998 en 2008 een serieuze crush had. Ik ging er toen ongeveer ieder ander jaar wel eens naartoe. Verliefd op het land (die zee! die bergen!), verliefd op de taal en vooral verliefd op de mensen. Kretenzers zijn namelijk niet alleen gastvrij, grappig, trots en eerlijk. Ze hebben ook heerlijke kleine kantjes: chauvinistisch, koppig, opvliegend en tamelijk zot. (Zo heb ik er ooit één gekend die zijn eigen auto in de fik had gezet en bloedernstig vroeg of ze in België geen halve pick-ups verkochten…)

Eén van de Kretenzers die ik doorheen de jaren mocht leren kennen, heet Kyriakos (spreek uit ‘Kierieààkos’) en is bottenmaker van stiel. Kyriakos maakt namelijk authentieke Kretenzische stivania: lange, zwarte, lederen botten die er ongelooflijk cool uitzien. (Denk James Dean-cool, maar dan met een Zorbasnor, dat soort cool)  En omdat ik er graag cool uitzie (zie foto), wou ik stivania. Maar stivania worden enkel op bestelling en op maat gemaakt. Dus bracht ik in 2006 Kyriakos een bezoekje samen met mijn vrienden T&W. En dat ging ongeveer zo.

Kyriakos woont en werkt in een onooglijk klein huisje in Tzermiado. Tzermiado is de hoofdstad van de Lasithi-hoogvlakte. ‘Hoofdstad’ moet je wel met een korreltje zout nemen, want als Kreta voor Griekenland is wat West-Vlaanderen is voor België (lees: de boeren), dan is Lasithi het Poperinge van Kreta. Nog net iets platter dan de rest, maar des te straffer. Bij ons bezoek reageerde Kyriakos (toen al ver over de 70) én enorm verbaasd én enorm gecharmeerd. Hij kon er maar niet bij dat wij a) Grieks spraken, b) wisten wat stivania waren, en c) stivania wilden laten maken. Daarom duurde het opmeten van mijn voeten dan ook maar even, maar moest er vervolgens uitgebreid rakí gedronken worden (Kretenzische grappa) en naar verhalen geluisterd.

Over hoe Kyriakos als jonge snaak ooit in België raakte, als soldaat in de nasleep van de Koreaanse oorlog. “België? Daar klinken we op!” Over hoe mijn vader zo’n geweldige man is (hij had het over onze leraar Grieks maar dat geeft niet). “Proost, op zijn gezondheid!” Over hoe niemand van de jonge gasten nog stivania wil dragen. “Behalve jullie! Ya sas! Doe ze nog eens vol!”. Resultaat: drie zeer gelukkige Belgen (waaronder één wel 320 euro armer) en één zeer gelukkige Kretenzer. Enkele maanden later zouden de stivania klaar zijn en door vrienden van me naar België gebracht worden.

Maar helaas: de stivania hebben nooit echt goed gepast. Ze waren te klein. Een maatje ongeveer. Maar te klein. ’t Zal de rakí geweest zijn. En hoewel ik ieders advies heb geprobeerd (“Geef het wat tijd”, “Stop ze ‘s nachts vol met krantenpapier”, “Knip jij wel je teennagels?”, enzovoort) zijn ze altijd een maatje te klein gebleven. Niet dat ik ze niet dapper én met succes heb gedragen. Want het zijn heel mooie botten en ik heb er fantastische herinneringen aan. Niet alleen aan dat kleine huisje in Tzermiado, maar ook aan het gezicht van mijn moeder toen ik ze voor het eerst thuis droeg. En aan die keer toen ik ze kon dragen op een Kretenzisch trouwfeest. In het bijzijn van een apetrotse Kyriakos…

Kretenzische botten dus, met kleine kantjes, net als hun maker en hun eigenaar. En daarom de laatste tijd vooral mooi-om-naar-te-kijken.

3 opmerkingen:

  1. Wijs verhaal! Ik zie het zo voor me! Niet alleen de botten mogen er zijn :-)

    BeantwoordenVerwijderen